Yeah, I rang the bell!
- Bart Raaijmakers

- 11 dec 2022
- 11 minuten om te lezen
In 2019 zag ik voor het eerst de beelden van de 'Patagonman, an extreme triathlon at the end of the world'. Op 4 december 2022 was ik een van de gelukkigen die de bel aan de finish kon luiden. In dit blog vertel ik mijn verhaal van deze dag.

Klaar maken voor de start
Om 02:00 uur ’s nachts zijn we opgestaan en hebben ontbeten in ons hotel in Puerto Aysén. Vervolgens uitgecheckt, want onze volgende accommodatie was bij de finish in Puerto Ibáñes, zo’n 200 km zuidelijker. In ons hotel waren nog een stuk of 6 deelnemende teams bestaande uit een atleet en support. We vertrokken gelijk met de anderen naar de start in Puerto Chacabuco. Na het parkeren van de auto liepen we richting de haven en al vlug zagen we de ferry gereed liggen. Er stond al een straf windje, en in het duister herkenden we de golven in de Fiordo Aysén aan hun witte kraag. Vanaf 03:00 kon de bike worden ingecheckt in wisselzone 1 (T1), de wetsuit had ik al in het hotel aangedaan, lekker warm, en om 04:00 uur ging ik aan boord van het veer. Zonder dat ik het van plan was ging ik als eerste atleet aan boord.
Rond 04:00 uur vertrok de ferry met alle deelnemende atleten aan boord. Al snel verzamelden we ons bij het meest beschutte gedeelte op het benedendek om niet te veel af te koelen. Er werd ook gedribbeld om op te warmen. Door de social swim op vrijdag, en de briefing op zaterdag had ik een aantal atleten leren kennen. We maakten wat stoere praatjes en zagen het water steeds onstuimiger worden. Tijdens de briefing werd al aangeven dat het waarschijnlijk plan B zou worden, een route die meer in de luwte van een baai zou liggen, vanwege de wind en de stroming. Rond 05:00 uur kondigde oprichter en racedirecteur Ignacio Valdivieso aan dat in overleg met de Marine besloten was om over te gaan op plan C. Met windkracht 8, 40 knopen, en een stroming uit de baai naar het fjord was het onmogelijk om vanuit de fjord de baai van de haven in te zwemmen. Plan C hield in dat de route werd ingekort tot 2 km, zodat we in de beschutte baai in een rechte lijn naar de haven konden zwemmen. Zo hoefden we niet tegen de stroming in te zwemmen. Jammer, maar het was duidelijk dat dit een goed besluit was. ‘At least we did the jump!’

De race start
Om 05:30 konden we in het donker in vijftallen van de ferry springen. De meesten maakten geen haast om zich gereed te maken om te springen. Zo kwam het dat ik weer als een van de eerste in het water lag. De gedachten aan dit moment vooraf bleken spannender dan het moment zelf. Ik was niet nerveus en vond het erg gaaf om te springen vanaf zo’n 3 meter hoogte. En gelukkig behield ik mijn zwemboei, die bij de sprong te verliezen was nog mijn grootste zorg. Ik zwom naar een paar kayaks die de startlijn markeerden. Ik had geen zin om in het gedrang te komen, dus koos ik een beetje positie aan de zijkant en niet op de voorste lijn. Nadat de laatste atleet gesprongen was klonk om 05:45 uur de hoorn en was de race gestart. Ik zat gelijk goed in mijn ritme en liet mee niet meeslepen in een te snel tempo. Ook al was het maar 2km, mijn plan was om een comfortabel tempo te zwemmen en energie te sparen. De eerste paar honderd meter was het water rustig, maar naarmate we dichter bij de haven kwamen werd het ruiger en ruiger en deinde ik steeds meer op de golven. Op het de laatste paar honderd meter slokte ik behoorlijk wat water, zowel bij het links als ook het rechts ademen. Water wat overigens niet zo zout was. Aangekomen bij de haven klom ik via een net de kade op en dribbelde rustig naar T1. Mijn zwemtijd was 22 minuten.
Wisselzone T1
Ik dribbelde rustig naar T1. Mijn fiets vond ik, maar nog geen Boy. Ook geen tas met mijn fietskleding. Boy had me gemist bij de water exit. Buiten een paar vloekjes was ik er vrij rustig onder en kon ik er ook wel mee lachen. Inmiddels had de live uitzending op instagram er ook lucht van gekregen. Een andere support die we hadden leren kennen vertelde me dat Boy nog stond te kijken bij het zwemmen, dus haastte ik me terug naar de zwem exit en kwam ik een geschrokken Boy tegen. Samen holden we terug naar T1. Mijn dochter Quin volgde ons thuis op Instagram, en verrast dat ze ons in beeld zag nam ze het bewuste fragment op:
Boy hielp me uit mijn wetsuit en ik kleedde me warm aan voor het fietsen. Het support van Boy was sowieso super en daar ben ik hem heel dankbaar voor. Later op de dag zou hij nog een cruciale bijdrage aan het finishen leveren. Dit verhaal is echter te leuk om niet op te nemen in dit blog. Sorry Boy! Na 15:20 minuten verliet ik T1.
Op de Bike
Bij lichte regen en met de wind in de rug begon ik aan het fietsparcours. Ik had het parcourse ingedeeld in drie gedeelten:
Deel 1: Chacabuco - Coyhaique (T1+ ca 75km)
Dit grotendeels vlakke deel werd afgelegd in de regen en met wind (West Wind Drift) in de rug.

Het voerde langs de Rio Simpson in een smal dal met steile hellingen en enkele watervallen langs de weg. De mist achtige bewolking hing tegen de hellingen zodat de toppen niet of nauwelijks te zien waren. Het had iets mystieks. Ondanks dat ik geen koffie gedronken had voor de race en ik ook vlak voor de start niet veel water had gedronken moest ik maar liefst 4 keer stoppen om te plassen. Zo veel water heb ik toch ook weer niet binnen gekregen bij het zwemmen? Hierdoor heb ik enkele atleten meerdere keren ingehaald. Aan de andere kant haalden de mindere zwemmers en snellere fietsers mij weer in. Zo ook William, een Chileen waar ik kennis mee had gemaakt in ons hotel. We hadden afgesproken dat Boy mij een paar keer zou opwachten en dat we vóór de klim bij Coyhaique de bidons zouden wisselen, voorraad zouden aanvullen en ik eventueel wat kleren zou uitdoen. Deze keer liep het perfect (en de rest van de dag ook). Met vers drinken, nieuwe gelletjes en banaan, maar zonder kleding uit te doen, begon ik aan een middelmatig steile en met klinkers bestraatte klim vlak voor Coyhaique. Ook hier weer een tandje kleiner om zuinig te zijn.

Patagonman is een zogenaamde non drafting event, dus je mag geen gebruik maken van de luwte van een voorganger. Op een klim mag je wel naast elkaar blijven fietsen. En elke atleet draagt een rugnummer met de voornaam en vlag van het land van herkomst. Zo maakte ik op de klim een praatje met Becky (GB), die vroeg of haar achterband er lek uitzag. Met Eric (USA) die me eerst inhaalde, maar al snel weer terug viel. En Cian (IRE).
Deel 2: Coyhaique - Afslag Cerro Castillo (T1+ ca 120)
Vanaf Coyhaique voert de route naar het zuiden. Dit gedeelte loopt over de Carretera Austral en is iets drukker qua verkeer. Het is een gestaag opgaand en golvend parcours waar de wind nog steeds grotendeels mee zit, maar ook al vaker venijnig vanuit de rechter zijkant komt. De regen heeft plaats gemaakt voor de zon, maar door de wind is het nog steeds fris. Kenmerkend voor dit deel zijn de prachtige vergezichten over de Valle Simpson met aan mijn rechter hand steeds de witte toppen van de Andes die overal bovenuit stijgen. Op 90km lag een meetpunt met een cutoff van 6 uur. Die haalde ik ruim. Daarnaast was er verzorging vanuit de organisatie en door het enthousiasme van de aangevers nam ik per ongeluk een fles Gatorade aan. Het was een onhandige fles en ik had mijn eigen drank van 4Gold. Kortom, de eerste de beste support die ik tegenkwam duwde ik vakkundig de Gatorade in de handen. Bij de slotceremonie een dag later herkende ik de man en we maakten een praatje en konden er kostelijk om lachen. Hij heette Phil Ranly, kwam uit Indianapolis en was de support van een goede vriend. Hij bedankte me voor de Gatorade die hem goed gesmaakt had.
Het deelnemers veld was onderhand al ver uit elkaar getrokken, zodat er nauwelijks nog werd ingehaald. Wel zag ik steeds dezelfde support voertuigen voorbij komen en langs de kant staan. Ze waren te herkennen aan een grote sticker op de voor- en achterruit met het nummer van de verzorgende atleet. Boy wachtte me een paar keer op om te checken of nog alles oké was. Ik had niks nodig en fietste meestel door zonder te stoppen.

Deel 3: National Parc Cerro Castillo (T2)
De laatste 60 km van het fietsparcourse ging richting het westen en voerde door het gebergte van het National Parc Cerro Castillo. Het waren twee klimmen tot zo’n 1000 en 1100 m hoogte met stijgingspercentages tot 10%. Tussen de beklimmingen lag een korte afdaling. Dit gedeelte van de route had ik een week geleden al verkend. Ik wist dus dat naast het klimmen ook de wind een ferme tegenstaander zou zijn. En dat was ie! Daarnaast kende vooral de eerste klim een slechte verharding met veel gaten en scheuren en had het vaak meer weg van een gravelweg. Een sectie van 500m was helemaal niet verhard en erg grof. Met Boy had ik afgesproken dat hij kort na deze sectie zou wachten voor het geval dat ik lek zou rijden. Op de klimmetjes kwam ik weer wat fietsers tegen en wist ik er een paar in te halen. Ik ontmoette ook een Italiaan die sinds Juni door Zuid Amerika aan het fietsen was, en maakte er een praatje mee. Je zag dat menigeen het zwaar begon te krijgen. De afdaling was erg fris en af en toe waren er flinke windstoten. Op de slotklim haalde ik Jason bij die ook bij mij in het hotel lag en we fietsten een stuk samen omhoog. Na de laatste top volgde een schitterende afdaling op een slangachtig slinger tracé. Vanwege de wind en een nat wegdek hier en daar nam ik geen risico's. En met elke meter na beneden warmde ik ook weer lekker op. Ik had goed gedronken en gegeten en voelde me nog redelijk goed. Mijn fietstijd: 7:25 uur.

Wisselzone T2
De wissel in Villa Cerro Castillo ging veel vlotter dan T1. Boy had alles netjes klaar gelegd en het was er lekker warm, we zaten even in het zonnetje. Omdat er wel nog een straffe wind stond besloot ik om mijn windjack onder het trailvest, dat gevuld was met drinken, eten en droge sokken, aan te doen. Ik dribbelde rustig naar de tijdregistratie, en de marathon was begonnen. Mijn tijd in T2 was 9:23 minuten.

De Marathon
In oktober en november had ik door een kuitblessure geen lange duurlopen meer kunnen doen. Dus ik begon toch wel enigszins bevreesd aan de run. Het plan was dan ook om een rustige overgang van het fietsen naar het lopen te maken en de steile stukken te lopen. In de racebriefing was verteld dat de route gemarkeerd zou zijn en als je goed oplette het wel goed zou gaan. Voor de zekerheid had ik de GPX op mijn Polar gezet zodat ik kon navigeren. Ook de marathon had ik in 3 delen opgeknnipt, het eerste deel bevatte de meeste lange steile klimmen, het tweede gedeelte was een soort plateau met een golvend profiel en het laatste gedeelte was afdalende en vlak tot aan de finish.
Deel 1: T2+12km
De eerste steile klim was al op 1 km. Daarna zag ik Jason voor me de verkeerde weg inslaan, maar ik kon hem niet bereiken. Bij de volgende splitsing stond een jonge dame de richting aan te geven. Ze sprak geen engels en ik probeerde haar uit te leggen dat Jason verkeerd was gelopen. Ze begreep me niet dus besloot ik om verder te gaan. Na een paar km stond weer een jonge dame de richting aan te wijzen. Zij sprak ook geen engels, maar nu lukte het wel om de boodschap over te brengen. Later zou blijken dat Jason 5 km extra gelopen had, weliswaar al was omgedraaid maar door de organisatie was opgehaald en weer op de goeie track was gezet.

Tussen 6 en 11 km kwam de eerste lange steile klim. Over een zanderig geitenpaadje klom ik een steile wand op, regelmatig op mijn horloge kijkend of ik nog goed zat. Terwijl ik zelf in een droog en rotsachtig landschap liep kon ik, meestal aan mijn linker hand, het gebergte van de Cerro Castillo zien.

Ik zag de prachtige vergezichten die mij in 2019 zo aanspraken toen ik voor het eerst van Patagonman hoorde. En nu liep ik er zelf, bizar! Ik maakte een paar foto’s en zag dat mijn accu leeg was. Helaas waren dit de enige foto’s die ik kon maken tijdens de marathon. Twee keer kwam ik een op me afstormende geitenkudde tegen die verschrikt stopten toen ze mij op hun pad opmerkte. Met uitgestrekte hals keken ze me even aan. Ik besloot gewoon door te rennen en maar te zien wat er ging gebeuren. De eerste kudde besloot toen maar via de onderkant om mij heen te gaan, de tweede via de bovenkant. De meeste bergbeekjes kon ik droog passeren, maar niet allemaal. Het was bekend dat ik natte voeten zou krijgen, vandaar dat ik droge sokken had meegenomen. Uiteindelijk heb ik ze niet nodig gehad en heb ik de schoenen gewoon droog gerend. Op het 10 km punt was er een kleine post met water waar ik dankbaar gebruik van maakte.

Deel 2: T2+30km
Op basis van het profiel in komoot verwachtte ik dat dit deel makkelijker zou zijn omdat er minder hoogte meters te overwinnen waren. Het viel echter tegen en was erg slopend. Het was helling op en weer af, er kwam maar geen eind aan. Het geitenpad was inmiddels vervangen door een vrij brede grind/gravel weg met veel grove stenen. De omgeving en natuur waren schitterend en zorgden voor de nodige afleiding en motivatie. Bewust keek ik af en toe om me heen en probeerde de omgeving in me op te nemen. Jammer dat de accu van mijn iphone leeg was. Op een gegeven moment haalde Cian me bij, waar ik ook op de fiets mee had zitten kletsen. Hij vergezelde me een tijd en we spraken met elkaar. Hij kon echter bergop wat meer pace houden en ik zei hem dat ik hem wel bij de finish zou zien. Op het 20km punt stond weer een waterpost, waar ik mijn voorraden aanvulde. Mijn focus was nu gericht op het 30km punt, daar zou Boy mij opwachten en me vergezellen tot de finish. Inmiddels had ik een soort ritme met een stuk rennen en dan kort lopen, én op de steilere stukken liep ik ook. Ik had daar ook op getraind de laatste weken en wist dat ik zo gemiddeld 7 km per uur kon afleggen wat ruim genoeg zou moeten zijn om binnen de cutoff te finishen. Het lopen ging eigenlijk goed, maar het leek alsof ik maar voor kleine stukken energie had en mijn spieren na een korte wandeling weer een beetje opgeladen waren. Vanaf km 28 begonnen de afdalingen wat langer te worden en het landschap met vergezichten ging over in een door een rivier uigesleten smalle kloof. Ook zeer indrukwekkend en spectaculair. Helaas geen foto's op dit stuk.
Deel 3: tot de finish
Na een steile afdaling zag ik oranje hesjes tussen de bomen, wat mij met blijdschap vervulde. Het feit dat ik snel Boy zou ontmoeten en dat ik al zo ver gekomen was motiveerde me heel erg. Ik had nog steeds voldoende marge voor de cutoff. Ja, het was afzien en ik moet bekennen dat ik af en toe dacht dat dit voor mij te hoog gegrepen was. Terwijl ik aan de andere kant wel vertrouwen hield dat ik zou kunnen finishen. Bij Boy aangekomen dronk ik even wat water. Per ongeluk had ik voor de race water met prik ingeslagen omdat het in Chili precies anders om is als bij ons: een blauwe dop is met prik, en een rode zonder. Niet ideaal, maar verder heb ik er geen last van gehad.

We maakten ons op weg richting Puerto Ibáñes, wat nog ruim 13km zou zijn. Inmiddels regende het weer en hadden we een stevige en koude wind in de rug. Vanaf hier zou het vooral bergafwaarts gaan en uiteindelijk vlak zijn. De ondergrond bleef echter vrij grof en ik voelde steeds vaker de stenen door mijn zool heen steken. Ik keek steeds vaker op mijn polar die aftelde na de finish. Het ging nu km voor km. We kwamen langs een grote waterval op 5 km van de finish en schoten er nog een paar foto’s.

Het landschap opende zich steeds meer. En toen draaiden we de X-65 op, een lange rechte weg van 2 km naar de finish.
De Bel!
Onderweg had ik wel een paar momenten van opperste geluk en euforie gekend. Richting de finish was ik daar waarschijnlijk te moe voor. Nu verlangde ik alleen maar naar de bel. Boy nam wat afstand zodat hij mij kon fotograferen. En ik ringelde een paar keer aan de bel. Yeah, I did it!! De Marathon ging in: 6:24 uur en de totale Patagonman ging in 14 uur en 37 minuten.


















Opmerkingen