BlackLake Xtri 2024
- Bart Raaijmakers

- 17 sep 2024
- 9 minuten om te lezen
Race-verslag, dinsdag 16 september 2024
Op zaterdag 14 september om 4:35 uur in de ochtend werden we bij 3 graden buitentemperatuur losgelaten in een donker en mistig Black Lake. Om net over 21:00 uur ’s avonds op dezelfde plek te finishen. Deze keer geen chronologisch raceverslag omdat het mooiste verhaal van deze Xtri race in onderstaande foto zit. Natuurlijk, aan de ene kant gaat het om de prestatie, het beste uit jezelf halen, kijken waar je grens ligt en je meten met anderen. Allemaal uit te drukken in eenheden zoals tijd, wattages, hartslag, verbruikte calorieën, hoogte meters, temperatuur, etc. Nuttig en handig om te delen en te vergelijken. En aan de andere kant zijn daar het avontuur, omgaan met het onbekende, verrassende ontmoetingen en de verschillende emoties waar je doorheen gaat. De verhalen! Het zijn deze verhalen die de getallen inhoud en een speciale betekenis geven.

Gedeelde passie
Maar eerst wat je niet ziet op deze foto. Dat is namelijk de fotograaf Damian Faulkner. We ontmoetten elkaar op dinsdagochtend voor de ingang van het National Park Durmitor. Boy sliep uit, en ik had via Facebook afgesproken voor een zwemtraining in de Black Lake. Damian was in discussie met de Parkeerwachter. We raakten al snel aan de praat en ik sloot me bij hem en zijn zoon Conor aan. Samen liepen we de resterende kilometer naar het Black Lake. Hij had BlackLake Xtri vier jaar geleden gedaan en was nu hier om de halve te doen. Die hij ook onder zware omstandigheden op de vrijdag finishte. Tijdens mijn race had hij ons gevolgd op de live tracking en opgewacht bij het 40 km punt. Een welkome aanmoediging op de laatste zware meters waar maar geen einde aan leek te komen. Bij de slotceremonie begreep ik van hem dat hij verwonderd was over de hond die met ons mee liep. In het begin van de marathon had hij mij met een gevlekte hond gezien, die toen inderdaad met mij mee liep, en nu was hij helemaal zwart. Dank voor de mooie foto Damian, ik hoop dat je het goed vind dat ik hem in dit blog gebruik.
Een trouwe metgezel
Dan links op de foto, onze zwarte viervoeter. Voor het gemak noem ik hem Blacky. Blacky vergezelde ons voor meer dan 20 km. Niet dat we hem wat gevoerd hebben of zo, hij heeft ons gevonden en ging mee. Of we zagen er inmiddels dusdanig hulpeloos uit dat hij in ons een makkelijke prooi zag. Hij trok ook verder geen aandacht, en bedelde ook niet. Misschien zocht hij gewoon gezelschap om samen mee op te trekken. Onze route golfde op en neer door een tamelijk verlaten gebied. Bij elke klim keek ik jaloers naar zijn soepele en moeiteloze tred. Kon ik maar zo bergop rennen. Op het 30 km punt was er nog een verzorgingspost en Boy kon het niet laten om Blacky ook te bevoorraden. De jongeman die bij de post stond was op hetzelfde idee gekomen, dus Blacky had dubbel geluk. Blacky zal ongetwijfeld in de gaten hebben gehad dat hier meer te halen viel, toch besloot hij om weer met ons verder op pad te gaan. Het werd nu snel donker, en door de heuvels om ons heen zagen we geen lichtpunten aan de horizon. Nog geen Zabljak, en dat zou voorlopig ook zo blijven. Een hoofdlamp hoort bij de verplichte uitrusting en die hadden we ook hard nodig. Blacky zagen we geregeld naast ons rennen, of door de lichtkegel het pad voor ons kruisen. Of we zagen de reflectie in zijn ogen als hij weer eens terug kwam om te kijken waar we bleven. Ergens in Zabljak, kort voor de finish zijn we hem kwijt geraakt. Zonder dat we afscheid hebben kunnen nemen. Zoals hij er in een keer was, zo was hij ook weer weg. Misschien maar goed ook volgens Boy. Ongemerkt was hij een aangename afleiding in het moeilijkste stuk van de hele race. Waarin zowel ik als ook Boy dieptepunten hadden. Het afscheid, wat ons ongetwijfeld moeilijk was gevallen, was ons nu bespaard gebleven.
Mijn support
Naast Blacky loopt Boy, inmiddels mijn vaste support. Het plan was dat Boy met mij mee zou rennen vanaf T2a, het cut-off punt voor de zwarte route. Vanwege het slechte weer was deze route gesloten, wat ons niet verbaasde aangezien we dit gedeelte eerder deze week verkend hadden en het erg pittig vonden. Daarnaast haalde ik ook de cut-off tijd niet voor de zwarte route. Iedereen volgde dus de witte route. De afdaling vanaf T2a was soms niet meer dan een geitenpad, met veel losse keien en scherpe uitstekende stenen.

Soms was er helemaal geen pad. Voor ons zagen we een koppel dat we al snel inhaalden. Het was een zwitsers koppel die ik tijdens het fietsen al diverse keren was tegengekomen. We volgende hun totdat we ontdekten dat we van de route waren geraakt. Wij namen de navigatie over en al snel kwamen zaten we weer goed. Het weer was inmiddels omgeslagen in regen. En mij was inmiddels duidelijk dat ik op dit parcours niet alles zou kunnen rennen. Waarop Boy, zonder zich daar op voorbereid te hebben besloot de volledige marathon mee te gaan. En dus niet af te slaan richting T2 waar onze auto stond. Vanaf het half marathon punt had ik het zo koud dat ik met mijn vingers nog niet meer de rits van mijn trailvest kon openen. Blijkbaar had ik me bij T2 laten misleiden door een zuinig zonnetje toen ik besloot om geen muts en handschoenen aan te doen. Ik zou het toch wel warm krijgen want in de eerste 10 km zaten 400 hoogte meters. Boven woei een koude krachtige wind, maar ik dacht dat ik het in de afdaling snel warm zou krijgen. Dus liet ik wederom mijn muts en handschoenen in mijn trailvest. Twee keer een verkeerde beslissing zo bleek. Het ging ook weer regenen. Uiteindelijk besloot ik om halverwege de marathon toch mijn muts en handschoenen aan te doen. Mijn vingers waren echter zo verkleumd dat ik er geen enkele controle meer over had en het mijzelf niet meer lukte. Als Boy mij daar niet geholpen had weet ik niet hoe het was afgelopen. We gingen verder. Daar waar we konden renden we, en op de technische stukken probeerden we goed door te stappen. We haalden zelfs een paar koppels in. Op een gegeven moment gaat alle sportvoeding je tegenstaan. De kou en het feit dat ik de handschoenen niet uit en aan kon doen zorgde dat ik minder ging eten en drinken. De spieren voelde goed maar hadden zonder aanvoer steeds minder energie om arbeid te verrichten. Ook bij Boy ging het lampje uit. Waar hij mij er eerder doorheen sleepte moedigde ik hem op het laatste stuk aan.
Bondgenoten
Rechts naast mij op de foto loopt Florence Sauser, uiteindelijk tweede bij de vrouwen. Ik kwam haar voor het eerst tegen toen ik haar inhaalde in de lange afdaling na de eerste grote klim. Het wegdek had redelijk wat scheuren en was hier en daar bezaaid met omlaag gevallen stenen. Ondanks dat ik ook gecontroleerd afdaalde haalde ik enkele deelnemers in. Vanaf dat moment passeerden we elkaar regelmatig. Ik zag dat ze support kreeg vanuit een Zwitserse witte bus, naar ik aanneem van haar partner. Tot mijn laatste bevoorrading op de fiets zag ik haar altijd wel ergens rijden. Daarna kwamen we haar weer tegen in de afdaling na T2a, zei en haar man waren het koppel dat wij bijhaalden. Waar Boy met mij doorging, zwaaide haar partner wel af naar T2. Ze haalde ons weer in en wij volgden haar. Ze volgde waarschijnlijk ook iemand voor haar, maar het leidde ertoe dat we samen van de track af raakten. Weer namen we de navigatie over en keerden we na enige tijd terug op de route. We liepen inmiddels als achterste van een groepje. Maar volgde niet meer blind onze voorgangers. Regelmatig floten we onze voorgangers terug omdat er een verkeerde afslag werd genomen. Op zich niet vreemd want de markering kwam soms niet boven het gras uit. Boy navigeerde via komoot op zijn iphone en dat was wel bittere noodzaak. Nadat ik op het half marathon punt mijn muts en handschoenen had aangedaan met de hulp van Boy, raakte ze weer een tijdje uit beeld. Totdat we na een tijdje in het pikkedonker gerend te hebben van rechts plots drie lampjes naar ons toe zagen bewegen. De lampjes sloten zich bij ons aan, en ik herkende haar weer. Ze hadden zich verlopen. Vanaf dit punt bleven we samen tot in de laatste kilometer. Na de finish kregen we een vriendelijk bedankje van haar.
Het Zwemmen
En dan ikzelf, plus toch nog wat getallen. Met een watertemperatuur van 18 graden ging het zwemmen erg comfortabel. Net onder de 1 uur 10 min kwam ik uit het water. Boy stond me op te wachten met de slippers, via een stenig pad moest nog ca 200 m naar T1 afgelegd worden. Naast de trisuit deed ik ook de winter fietskleding aan, en dat bleek de goede keuze. In alle hectiek had ik de bananen en gelletjes in de auto laten liggen, en dus moest ik nog even stoppen bij de auto die langs het parcours geparkeerd stond. Edwin Dasselaar, een van de favorieten voor de eindzege, stond naast ons geparkeerd en stond tot mijn verbazing naast de auto met twee lekke banden. En dat al na 800m. Ik leende hem mijn bandenlichters uit, maar door de grote gaten zou hij behoorlijk veel tijd verliezen. Hij had de ondersteuning van de organisatie nodig en bleek uiteindelijk 1 u 15 vertraging op te zijn gelopen. Toch werd hij nog 9de met een ongelooflijke marathon. Voor mij kon het fietsonderdeel nu echt beginnen.
Het Fietsen
De aanloop naar de eerste klim ging ondanks het oponthoud in de eerste km vlot. In een glooiend en uitgestrekt landschap ging het op en af, maar per saldo naar beneden. De eerste van drie grotere klimmen, met een stijging van ca 600m liep over een smalle weg door een bosrijke omgeving. Over de top was het landschap veranderd in een canyon achtig dal waarbij er flarden wolken tegen de hellingen aan hingen. Prachtig tafereel om in af te dalen.

De afdaling die volgde was snel en lang, met een drop van ca 1200 m. Ondanks dat ik beheerst naar beneden ging haalde ik veel collega deelnemers in. Waarschijnlijke de wat exotere deelnemers die niet gewend waren aan natte omstandigheden. De tweede klim verliep over een brede hoofdweg en was minder steil dan eerste. Terwijl ik aan het klimmen was viel mij op dat er een wielrenner op een tijdritfiets afdaalde. Ik dacht nog hoe bijzonder ik het vond dat in deze dunbevolkte omgeving een local op een tijdritfiets aan rijden was. Maar ik kwam er nog een tegen, en nog tegen. Totdat ik me besefte dat het deelnemers waren aan dezelfde race. Als gevolg van een landslide bleek de originele route niet begaanbaar, en werden we vanaf km 85 teruggestuurd over dezelfde route als we gekomen waren. Wat dus inhield dat die mooie lange afdeling in een keer veranderd was in een brute lang klim! Ik had mijn training ingericht op klimmen met een delta van 600m met een afdaling om te herstellen. Nu kreeg ik de dubbele portie voor mijn kiezen, en dat bleek een pittige opgave. Ik begon nu ook Margot, de support van Edwin vaker tegen te komen langs de kant, wat erop duidde dat Edwin flink aan het inhalen was.

Vlak voor de top haalde Edwin me in en we fietsen een km samen op. We kletsten wat, vooral Edwin dan, voordat hij gas gaf en weg was. De afdaling ging wederom vlot maar ik kreeg het wel erg koud. Vlak voor de U-turn had ik een laagje kleding uitgedaan. In het dal aangekomen trilde de hele fiets als gevolg van mijn bibberen. De regen en wind maakten plaats voor een zuinig zonnetje en ik warmde wat op. Het beste was er wel vanaf. In Boan vulde ik nog een keer alles bij. Na ruim 8 uur fietsen, over ruim 170 km en ca 3500 hoogtemeters, kwam ik in T2 aan waar Boy en Margot me opwachtten. De cut-off voor blackcourse over het Durmitor massief zat er niet meer in, bovendien was deze voor iedereen gesloten vanwege sneeuwval en temperaturen tot -7 graden op dit stuk. Ik kleedde me rustig om en genoot nog van een glas warm water van Margot.
Het Rennen
De eerste 10 km richting Sedlo gingen over de weg en er moesten zo’n 400 hoogte meters overwonnen worden. Ik besloot op de steilere stukken te lopen om wat energie te sparen. Links van me zag ik in de vallei de afdalers. Op zo’n tweederde van de klim werd Boy afgezet en vanaf hier zou hij mij begeleiden. Qua kleding had ik in T2 de verkeerde keuze gemaakt zodat ik verkleumd raakte en mijn voeding verwaarloosde.

En aangezien Ironmans en Xtri’s vooral om eten en drinken draaien zou dat niet zonder gevolgen blijven. De ondergrond van de marathon was deels verhard en deels trail. Hier en daar waren de trails slecht begaanbaar vanwege losse keien, of scherpe stenen of moerassig grasland. De route was weliswaar aangegeven met vlaggetjes op de trails en verf op het asfalt, maar navigatie is zeker aan te bevelen. Uiteindelijk legden we de ruim 43 km af in precies 7 uur.

Volgens de tracking van de organisatie heb ik er in totaal 16 uur en 33 minuten overgedaan, waar ik gezien de omstandigheden zeer tevreden over ben. Het bijzondere van de menselijke geest, althans van de mijne, is dat het besef van lijden op de een of andere manier snel vergeten raakt. Waar ik tijdens de race nog twijfelde aan een voortzetting aan mijn Xtri carrière, zijn de eerste plannen voor 2025 al gemaakt…



Opmerkingen